Zet lezen in de spotlights tijdens de Kinderboekenweek!
Samen een tekst oefenen, in de huid van een personage kruipen en uiteindelijk optreden voor publiek. Met de boeken uit de reeks Theaterlezen wordt lezen iets om samen te doen. Kinderen lezen niet alleen om een tekst goed onder de knie te krijgen, maar hebben een duidelijk doel: straks staan zij met hun boek in de hand in de spotlights. Maar hoe pak je dit aan? Kinderboekenuitgever Gottmer van bekende boeken als ‘Applaus voor jou!’ en ‘Een glimp van Nessie ’ geeft tips.

Lezen met een reden
Een belangrijk onderdeel van Theaterlezen is het optreden. Dat kan voor de eigen klas zijn, maar ook voor een andere groep, ouders of tijdens een weekopening. Juist dat vooruitzicht geeft kinderen een concrete reden om een tekst vaker te lezen.
Want een goede leesvoorstelling vraagt om oefening. Hoe klinkt je personage? Waar leg je de nadruk? Wanneer moet je even pauzeren? Is je personage op dat moment boos, zenuwachtig of juist ontzettend enthousiast?
Door een tekst meerdere keren te lezen, gaat het lezen steeds vloeiender. Tegelijkertijd zijn kinderen bezig met intonatie, expressie en tekstbegrip. Om een personage overtuigend te laten klinken, moet je tenslotte begrijpen wat er staat en wat er in het verhaal gebeurt.
Hoe pak je Theaterlezen aan in de klas?
Veel voorbereiding is niet nodig. Kies een verhaal uit een Theaterlezen-boek en verdeel de rollen. Laat de kinderen eerst kennismaken met het verhaal en bespreek samen de personages. Daarna kan ieder kind zich richten op zijn of haar eigen rol.
Vervolgens begint het oefenen. Vier à vijf keer een tekst lezen is meestal voldoende. Het doel is niet om de tekst uit het hoofd te leren: tijdens het optreden houden de kinderen hun boek gewoon vast. Het blijft tenslotte lezen.
Tijdens het oefenen kun je aandacht besteden aan vragen als: waar moet je even pauzeren? Welke woorden verdienen nadruk? Hoe laat je horen dat iemand verbaasd is? En hoe klinkt een zin anders wanneer een personage boos is?
Laat de kinderen elkaar ook feedback geven. Wat klonk al overtuigend en wat kan nog duidelijker? Zo luisteren ze niet alleen naar hun eigen tekst, maar ook naar die van anderen.

Een podium hoeft geen echt podium te zijn
Een Theaterlezen-voorstelling kan zo groot of klein zijn als je zelf wilt. Een paar kinderen die voor hun eigen klas optreden is al genoeg. Maar je kunt ook lezen voor een andere groep, ouders uitnodigen of een voorstelling onderdeel maken van een feestelijke schoolactiviteit.
Geen mogelijkheid om voor publiek op te treden? Maak dan een geluidsopname of filmpje. Ook daarmee werken kinderen toe naar een duidelijk eindresultaat en kunnen ze achteraf terugluisteren: wat ging goed en wat zouden we een volgende keer anders doen?
Spot aan tijdens de Kinderboekenweek
De Kinderboekenweek 2026 heeft als thema ‘Spot aan!’. Een mooie aanleiding om niet alleen boeken en verhalen, maar ook de lezers zelf in de schijnwerpers te zetten.
Organiseer bijvoorbeeld een Theaterlezen-middag waarbij groepjes een verhaal voorbereiden en voor elkaar optreden. Of laat oudere leerlingen een verhaal uit de reeks voorlezen aan jongere kinderen. Je kunt ook een klein podium inrichten waarop gedurende de Kinderboekenweek steeds andere lezers optreden.
Zo wordt lezen iets gezamenlijks: kinderen oefenen samen, luisteren naar elkaar en delen een verhaal met publiek. En terwijl de aandacht uitgaat naar het optreden, maken ze ondertussen heel wat leeskilometers.
Spot aan, boek open en… lezen maar!
Nog niet bekend met Theaterlezen?
Theaterlezen is een boekenreeks die speciaal is geschreven om samen hardop te lezen. Twee of meer lezers nemen ieder een rol op zich en lezen de tekst van hun personage voor. De verhalen bestaan grotendeels uit dialogen, waardoor de lezers elkaar steeds afwisselen. Een decor, verkleedkleren of ingewikkelde attributen zijn niet nodig. Het boek en de stemmen van de lezers staan centraal.
Een boekenreeks voor verschillende lezers
De reeks Theaterlezen bestaat uit boeken voor verschillende leeftijden en leesniveaus. De verhalen bevatten verschillende rollen, waardoor kinderen samen aan één verhaal werken en ieder een rol kiezen die bij hen past.
Ook kinderen die lezen lastig vinden, kunnen baat hebben bij deze manier van lezen. Ze hoeven niet in hun eentje een lange tekst te lezen, maar richten zich op hun eigen rol en oefenen die meerdere keren. De rollen hoeven bovendien niet allemaal precies hetzelfde leesniveau te hebben.
Tijdens het oefenen kan een leerkracht waar nodig ondersteuning bieden. En dan komt uiteindelijk het moment waarop al dat oefenen ergens toe leidt: de leesvoorstelling. Een tekst die eerst nog lastig was, klinkt na een paar keer oefenen ineens een stuk soepeler. Het applaus na afloop maakt de succeservaring compleet.
