Een boekenclub voor bijscholing én leesplezier
Deze maand komen we, in gesprek met Loesje van der Geer, meer te weten over de aanpak voor kennisdeling en leesmotivatie in de boekenclub van Lucas Onderwijs. Een boekenclub met inmiddels zo’n twintig gedreven onderwijsprofessionals.

“We komen vier keer per jaar samen, telkens op een andere school. De gastschool zorgt voor een hapje, een drankje en de invulling van de sessie. Het boek staat voorop en wordt uitvoerig besproken. De ene keer bijvoorbeeld aan de hand van een PowerPoint, de andere keer met stellingen, opdrachten in groepjes of een combinatie met activiteiten die georganiseerd worden, zoals een schrijversbezoek. Het maakt de boekenclub heel afwisselend en doordat iedereen in het gesprek eigen ervaringen meeneemt, leer je voortdurend van elkaar”, zegt Loesje.
Samen lezen voor extra leesmotivatie
Juist door samen te lezen, ervaren de docenten een verdere diepgang in het boek. “Door de boekenclub lees je meer. Je gaat gericht met een boek aan de slag. Dit is ook weer goed voor je professionalisering. In het gesprek over het boek hoor je over de ervaringen van anderen, wissel je kennis uit en krijg je een breder begrip van wat je gelezen hebt. Daar praat je dan ook weer over met andere collega’s. Zo werkt het enthousiasme in de boekenclub aanstekelijk en inspireer je anderen om vaker een boek op te pakken”, zegt Loesje.

“Ik merk dat kinderen minder thuis lezen en dat het technisch leesniveau lager is dan een paar jaar geleden. Daarom begin ik de dag met lezen. Ik help leerlingen bij de keuze van een boek dat bij ze past. Bijvoorbeeld een verhaal over paarden, dans, voetbal of een andere interesse. Dat helpt. De boeken van Superjuffie zijn ook altijd heel leuk. Op dit moment zijn wij in de klas bezig met de versjes uit het boek ‘Later word ik …’”, zegt Loesje. “Om goed te leren lezen moet je veel leeskilometers maken. In de klas lezen we dan ook veel samen en natuurlijk zijn er ook momenten dat de kinderen zelf in stilte lezen”.
Naast het lezen op school is het belangrijk dat kinderen ook thuis lezen. Lukt dit niet, dan is het advies om de software die bij de leesmethode hoort te gebruiken. “Deze sluit aan bij de lesdoelen waar wij op dat moment mee bezig zijn”, vertelt Loesje. “De instellingen synchroniseer je met waar je bent in de les. Ook geven we oefenblaadjes voor het lezen en woordenlijstjes mee naar huis voor het ontwikkelen van de woordenschat. Een collega van groep 3 maakt die lijsten zelfs in verschillende talen.”
“Als je veel leest, wordt het op een gegeven moment steeds makkelijker en leuker”, zegt Loesje. “Leerlingen zijn meer bezig met wat ze lezen in plaats van het technisch lezen.” Door de leerlingen ook te vertellen over de boekenclub en zelf altijd mee te lezen in de lessen, laat Loesje zien dat lezen leuk en normaal is. Ze worden meegezogen in haar enthousiasme. Daarbij heeft Loesje een voorraad Zwerfboeken in de klas. Ieder kind krijgt daaruit een boek mee om het lezen thuis te stimuleren. Is het boek uit dan ruilen ze het boek. “Ze willen allemaal graag voorlezen uit hun boek,” zegt Loesje. “Zelfs degene die het nog niet zo goed kunnen doen het. De kinderen uit de klas geven dan alleen maar “tops”. Bijvoorbeeld: duidelijke stem, speelt al met de stem (intonatie), leuk om naar te luisteren. Dat is heel positief en stimulerend.”
Boekentips van Loesje voor in de klas:
- Willem en Dikke Teun van Jacques Vriens
- Superjuffie van Janneke Schotveld
- De boeken van Vivian den Hollander
- Meester Kikker voorlezen en de film laten zien en dan de verschillen bespreken
- De boeken van Marian Busser en Ron Schröder
Boekentips voor leerkrachten:
- Dyslexie en touwtjespringen van Marijke van Vuure
- Leren lezen doe je met je lijf van Marijke van Vuure
- Kinderen bewust (op)voeden van Drs. K.M.W. Janssen
- Alle boeken van Anton Horreweg en Kees Overveld
- Kijk voor andere boeken ook eens op de website van de Lucas Boekenclub

Kennis delen
De kennis en ervaringen in de boekenclub worden actief gedeeld met collega’s. “We maken verslagen van de bijeenkomsten en de boeken die we lezen komen op verschillende locaties in de boekenkast te liggen. Zo kunnen collega’s het, na enthousiaste aanbevelingen vanuit de boekenclub, zelf ook lezen. Bij ons op school staat er bijvoorbeeld een boekenkast in de koffiekamer, waar collega’s boeken uit kunnen pakken en er met anderen over in gesprek kunnen gaan.”
Dit adviseert Loesje ook aan scholen die zelf een boekenclub willen starten. “Je kunt het beste klein beginnen met een vaste groep. Dat zorgt voor veiligheid en geeft ruimte om de verdieping op te zoeken. Maak de bijeenkomsten interactief en laat deelnemers boeken aandragen, zodat iedereen eigenaarschap voelt. En kom niet te vaak bij elkaar. Vier momenten per jaar is vaak goed te doen. Door de boeken vervolgens met anderen te delen, werkt het effect van de boekenclub door, ook buiten de bijeenkomsten.”

De boekenselectie
“Na de derde bijeenkomst van de boekenclub dragen alle leden een lijst met nieuwe titels aan. Ik stuur de complete lijst door, waarna de leden kunnen stemmen en een lijst van 4 boeken ontstaat. Vervolgens wordt vastgesteld wie de volgende bijeenkomsten voor zijn/haar rekening wil nemen. Zo krijgen we verschillende scholen te zien”, zegt Loesje.
Alhoewel de meeste boeken van deze boekenclub vakinhoudelijk zijn, kozen ze onlangs voor het autobiografische boek ‘Misschien moet je iets lager mikken’ van Milio van der Kamp. “Dat was inderdaad een uitzondering”, vertelt Loesje. “‘Misschien moet je iets lager mikken’ raakt aan thema’s die heel relevant zijn voor het onderwijs, zoals armoede en kansenongelijkheid. Dat zorgde voor mooie gesprekken. We vroegen ons bijvoorbeeld af: welke rol kan de school spelen voor leerlingen die het thuis minder breed hebben, maar dat niet laten zien? Dat soort vragen ontstaan juist door samen zo’n verhaal te lezen.”
Op naar nieuwe jaren leesplezier!
“Ik hoop dat we nog jaren met de boekenclub verdergaan”, zegt Loesje. “Steeds als ik een boekwinkel binnenloop of online boeken voorbij zie komen, denk ik: die kan wel op de lijst voor de boekenclub. Ook collega’s zijn nog altijd enthousiast. Dat maakt dat ik altijd met veel energie bij de bijeenkomsten vandaan kom. Het ene boek grijpt je natuurlijk meer dan het andere, maar het is gaaf om samen met zo’n boek aan de slag te gaan.”
Heb jij nog geen boekenclub binnen jouw organisatie? Misschien is dit het moment om er een op te richten. Een gezellige leesclub met collega’s voor extra leesplezier of een vakinhoudelijke boekenclub, zoals de boekenclub van het Lucas Onderwijs. Je kiest zelf de vorm die het beste bij jouw organisatie past. Wie vragen heeft over het starten van een eigen boekenclub, kan voor tips in ieder geval altijd bij Loesje terecht.
